[11] Ziyārat al-Arbaʿīn

Volledige Nederlandse vertaling

Klik om de tekstversie te lezen

Ziyārat al-Arbaʿīn

Volledige Nederlandse vertaling

Baqiyyat Allāh Instituut
augustus 2025

Inleiding

De Ziyārat al-Arbaʿīn is één van de meest gezegende vormen van devotie in de Shia-traditie. Zij wordt specifiek aanbevolen door de Imams van Ahl al-Bayt (ʿalayhim as-salām) en neemt een unieke plaats in binnen de rituelen van de volgelingen van Imam al-Ḥusayn ibn ʿAlī (ʿalayhi as-salām). Deze ziyāra wordt vooral verricht op de 20e van Ṣafar, de veertigste dag na de tragedie van Karbalāʾ, maar haar recitatie is ook op andere tijden verdienstelijk.

De spirituele kracht van deze ziyāra ligt in haar dubbele dimensie: enerzijds is zij een daad van liefde en trouw (tawallā) aan de Ahl al-Bayt (ʿa), en anderzijds een daad van dissociatie (tabarrāʾ) van hun vijanden en onderdrukkers.

De Deugden en Adab van Ziyārat al-Arbaʿīn

1. Status en authentieke overlevering

Imām al-Ḥasan al-ʿAskarī (ʿa) heeft in een beroemde overlevering de Ziyārat al-Arbaʿīn genoemd als één van de vijf tekenen van de gelovige:

عَلَامَاتُ الْمُؤْمِنِ خَمْسٌ: صَلَاةُ الْخَمْسِينَ، وَزِيَارَةُ الْأَرْبَعِينَ، وَالتَّخَتُّمُ فِي الْيَمِينِ، وَتَعْفِيرُ الْجَبِينِ، وَالْجَهْرُ بِبِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ.
“De tekenen van de gelovige zijn vijf: vijftig rekʿa gebed per dag, het verrichten van Ziyārat al-Arbaʿīn, het dragen van een ring aan de rechterhand, het neerzetten van het voorhoofd op de aarde bij het prosterneren, en het hardop zeggen van ‘Bismillāh al-Raḥmān al-Raḥīm’ in het gebed.”
(al-Ṭūsī, Tahdhīb al-Aḥkām, j. 6, p. 52; al-Ḥurr al-ʿĀmilī, Wasāʾil al-Shīʿa, j. 10, p. 373)

Shaykh al-Ṭūsī († 460 H.) vermeldt de tekst van de ziyāra in zijn Miṣbāḥ al-Mutahajjid, overgeleverd via de vertrouwenspersoon Ṣafwān b. Mihrān (al-Jammāl) van Imām Jaʿfar al-Ṣādiq (ʿa), wat haar status in de Shia-hadithliteratuur bevestigt.

2. Spirituele deugden

Volgens klassieke werken zoals Kāmil al-Ziyārāt (Ibn Qūlawayh) en Mafātīḥ al-Jinān (al-Qummī) biedt de Ziyārat al-Arbaʿīn meerdere geestelijke voordelen:

  • Verbinding met de missie van Imam al-Ḥusayn (a): Het reciteren van de ziyāra is het hernieuwen van de belofte om op te staan tegen onderdrukking en om de waarden van gerechtigheid, opoffering en waarheidsliefde te handhaven.
  • Reiniging van het hart: Door de herinnering aan de tragedie van Karbalāʾ wordt het hart ontdaan van wereldse gehechtheid en gevoelig gemaakt voor het lijden van de waarheid.
  • Versterking van de identiteit van de gelovige: De ziyāra herinnert de gelovige aan zijn plaats in de lijn van loyaliteit aan de Ahl al-Bayt en distantie tot hun vijanden.

Al-ʿAllāmah al-Majlisī († 1110 H.) schrijft in Biḥār al-Anwār (j. 101, p. 329):

“Het reciteren van de Ziyārat al-Arbaʿīn verlicht het hart en opent de deuren van voorspoed en voorspraak op de Dag der Opstanding voor wie haar betekenis begrijpt en met oprechte intentie reciteert.”

3. Aanbevolen adab bij de ziyāra

De Shia-geleerden hebben uit de overleveringen een reeks aanbevolen gedragingen (adab) afgeleid voor wie de Ziyārat al-Arbaʿīn verricht:

  1. Zuivere intentie (niyya): Alleen ter nadering tot Allah en in loyaliteit aan de Imam.
  2. Tahāra: Het verrichten van wudūʾ, en bij voorkeur ghusl, alvorens de ziyāra te verrichten. (Mafātīḥ al-Jinān)
  3. Eerbiedige houding: Zacht spreken, neergeslagen blik, tranen van liefde en rouw. (Kāmil al-Ziyārāt, p. 161)
  4. Vrede-groeten (salām): Oprechte groeten uitbrengen met het bewustzijn dat de Imam levend is bij zijn Heer. (Biḥār al-Anwār, j. 98, p. 289)
  5. Herdenking van de boodschap: Overwegen hoe zijn opoffering richting geeft aan het eigen leven. (Iqbal al-Aʿmāl, Sayyid b. Ṭāwūs)

Shaykh al-Ṭūsī benadrukt in Miṣbāḥ al-Mutahajjid dat de bezoeker tijdens de ziyāra zijn loyaliteit aan de Imam moet vernieuwen en zijn afkeer van diens vijanden in hart, woord en daad moet bevestigen.

4. Tijdstip en verdienste

Hoewel de 20e van Ṣafar het hoogtepunt vormt, vermelden de bronnen dat de ziyāra ook daarbuiten veel verdienste heeft. Ibn Qūlawayh schrijft in Kāmil al-Ziyārāt (p. 163) dat wie Imam al-Ḥusayn (a) bezoekt op Arbaʿīn, wordt beloond met “vergeving van zonden en verlichting van het hart”.

Bronvermelding

  1. Shaykh al-Ṭūsī, Tahdhīb al-Aḥkām, j. 6, p. 52.
  2. Shaykh al-Ṭūsī, Miṣbāḥ al-Mutahajjid, p. 787.
  3. Ibn Qūlawayh, Kāmil al-Ziyārāt, p. 161-163.
  4. al-Ḥurr al-ʿĀmilī, Wasāʾil al-Shīʿa, j. 10, p. 373.
  5. al-ʿAllāmah al-Majlisī, Biḥār al-Anwār, j. 98 & j. 101.
  6. Shaykh ʿAbbās al-Qummī, Mafātīḥ al-Jinān, sectie Ziyārat al-Arbaʿīn.
  7. Sayyid b. Ṭāwūs, Iqbal al-Aʿmāl, vol. 3.

Ziyārat al-Arbaʿīn – Arabisch & Nederlandse Vertaling

Arabisch

Nederlands

اَلسَّلامُ عَلى وَلِيِّ اللهِ وَحَبيبِهِ، اَلسَّلامُ عَلى خَليلِ اللهِ وَنَجيبِهِ، اَلسَّلامُ عَلى صَفِيِّ اللهِ وَابْنِ صَفِيِّهِ، اَلسَّلامُ عَلى الْحُسَيْنِ الْمَظْلُومِ الشَّهيدِ، اَلسَّلامُ على اَسيرِ الْكُرُباتِ وَقَتيلِ الْعَبَراتِ، اَللّـهُمَّ اِنّي اَشْهَدُ اَنَّهُ وَلِيُّكَ وَابْنُ وَلِيِّكَ وَصَفِيُّكَ وَابْنُ صَفِيِّكَ الْفائِزُ بِكَرامَتِكَ، اَكْرَمْتَهُ بِالشَّهادَةِ وَحَبَوْتَهُ بِالسَّعادَةِ، وَاَجْتَبَيْتَهُ بِطيبِ الْوِلادَةِ، وَجَعَلْتَهُ سَيِّداً مِنَ السادَةِ، وَقائِداً مِنَ الْقادَةِ، وَذائِداً مِنْ الْذادَةِ، وَاَعْطَيْتَهُ مَواريثَ الاَنْبِياءِ، وَجَعَلْتَهُ حُجَّةً عَلى خَلْقِكَ مِنَ الاَوْصِياءِ، فَاَعْذَرَ فىِ الدُّعاءِ وَمَنَحَ النُّصْحَ، وَبَذَلَ مُهْجَتَهُ فيكَ لِيَسْتَنْقِذَ عِبادَكَ مِنَ الْجَهالَةِ وَحَيْرَةِ الضَّلالَةِ، وَقَدْ تَوازَرَ عَلَيْهِ مَنْ غَرَّتْهُ الدُّنْيا، وَباعَ حَظَّهُ بِالاَرْذَلِ الاَدْنى، وَشَرى آخِرَتَهُ بِالَّثمَنِ الاَوْكَسِ، وَتَغَطْرَسَ وَتَرَدّى فِي هَواهُ، وَاَسْخَطَكَ وَاَسْخَطَ نَبِيَّكَ، وَاَطاعَ مِنْ عِبادِكَ اَهْلَ الشِّقاقِ وَالنِّفاقِ وَحَمَلَةَ الاَوْزارِ الْمُسْتَوْجِبينَ النّارَ، فَجاهَدَهُمْ فيكَ صابِراً مُحْتَسِباً حَتّى سُفِكَ فِي طاعَتِكَ دَمُهُ وَاسْتُبيحَ حَريمُهُ، اَللّـهُمَّ فَالْعَنْهُمْ لَعْناً وَبيلاً وَعَذِّبْهُمْ عَذاباً اَليماً، اَلسَّلامُ عَلَيْكَ يَا بْنَ رَسُولِ اللهِ، اَلسَّلامُ عَلَيْكَ يَا بْنَ سَيِّدِ الاَوْصِياءِ، اَشْهَدُ اَنَّكَ اَمينُ اللهِ وَابْنُ اَمينِهِ، عِشْتَ سَعيداً وَمَضَيْتَ حَميداً وَمُتَّ فَقيداً مَظْلُوماً شَهيداً، وَاَشْهَدُ اَنَّ اللهَ مُنْجِزٌ ما وَعَدَكَ، وَمُهْلِكٌ مَنْ خَذَلَكَ، وَمُعَذِّبٌ مَنْ قَتَلَكَ، وَاَشْهَدُ اَنَّكَ وَفَيْتَ بِعَهْدِ اللهِ وَجاهَدْتَ فِي سَبيلِهِ حَتّى اَتياكَ الْيَقينُ، فَلَعَنَ اللهُ مَنْ قَتَلَكَ، وَلَعَنَ اللهُ مَنْ ظَلَمَكَ، وَلَعَنَ اللهُ اُمَّةً سَمِعَتْ بِذلِكَ فَرَضِيَتْ بِهِ، اَللّـهُمَّ اِنّي اُشْهِدُكَ اَنّي وَلِيٌّ لِمَنْ والاهُ وَعَدُوٌّ لِمَنْ عاداهُ بِاَبي اَنْتَ وَاُمّي يَا بْنَ رَسُولِ اللهِ، اَشْهَدُ اَنَّكَ كُنْتَ نُوراً فىِ الاَصْلابِ الشّامِخَةِ وَالاَرْحامِ الْمُطَهَّرَةِ، لَمْ تُنَجِّسْكَ الْجاهِلِيَّةُ بِاَنْجاسِها وَلَمْ تُلْبِسْكَ الْمُدْلَهِمّاتُ مِنْ ثِيابِها، وَاَشْهَدُ اَنَّكَ مِنْ دَعائِمِ الدّينِ وَاَرْكانِ الْمُسْلِمينَ وَمَعْقِلِ الْمُؤْمِنينَ، وَاَشْهَدُ اَنَّكَ الاِمامُ الْبَرُّ التَّقِيُّ الرَّضِيُّ الزَّكِيُّ الْهادِي الْمَهْدِيُّ، وَاَشْهَدُ اَنَّ الاَئِمَّةَ مِنْ وُلْدِكَ كَلِمَةُ التَّقْوى وَاَعْلامُ الْهُدى وَالْعُرْوَةُ الْوُثْقى، وَالْحُجَّةُ على اَهْلِ الدُّنْيا، وَاَشْهَدُ اَنّي بِكُمْ مُؤْمِنٌ وَبِاِيابِكُمْ، مُوقِنٌ بِشَرايِعِ ديني وَخَواتيمِ عَمَلي، وَقَلْبي لِقَلْبِكُمْ سِلْمٌ وَاَمْري لاَِمْرِكُمْ مُتَّبِعٌ وَنُصْرَتي لَكُمْ مُعَدَّةٌ حَتّى يَأذَنَ اللهُ لَكُمْ، فَمَعَكُمْ مَعَكُمْ لا مَعَ عَدُوِّكُمْ صَلَواتُ اللهِ عَلَيْكُمْ وَعلى اَرْواحِكُمْ وَاَجْسادِكُمْ وَشاهِدِكُمْ وَغائِبِكُمْ وَظاهِرِكُمْ وَباطِنِكُمْ آمينَ رَبَّ الْعالِمينَ.

Vrede zij met de vriend en geliefde van Allah.
Vrede zij met de intieme vriend van Allah en Zijn uitverkorene.
Vrede zij met de uitverkorene van Allah en de zoon van Zijn uitverkorene.
Vrede zij met al-Ḥusayn, de onderdrukte martelaar.
Vrede zij met de gevangene van benauwdheden en de door tranen vermoorde.

O Allah, voorwaar, ik getuig dat hij Uw vriend is, de zoon van Uw vriend; Uw uitverkorene, de zoon van Uw uitverkorene; hij die de eer van Uw gunst heeft verworven.
U heeft hem geëerd met martelaarschap en hem begiftigd met gelukzaligheid.
U heeft hem uitgekozen uit een zuivere geboorte en hem gemaakt tot een heer onder de edelen, een leider onder de leiders, en een beschermer onder de beschermers.
U heeft hem de erfenissen van de profeten gegeven en hem aangesteld als een bewijs (ḥujjah) over Uw schepping, uit de kring van de opvolgers (awṣiyāʾ).

Hij heeft volledig voldaan in het oproepen (tot de waarheid) en gul zijn raad geschonken.
Hij heeft zijn kostbaar bloed voor U geofferd om Uw dienaren te redden van onwetendheid en de verwarring van dwaling.
Maar zij die door de wereld bedrogen werden, verenigden zich tegen hem — zij verkochten hun deel (in het hiernamaals) voor het slechtste en meest waardeloze, en kochten hun eeuwigheid voor de laagste prijs.
Zij verhieven zich in hoogmoed, lieten zich meeslepen door hun begeerten, en wekten daarmee Uw toorn en de toorn van Uw Profeet.
Zij gehoorzaamden onder Uw dienaren degenen die verdeeldheid en huichelarij zaaien, en de lastdragers van zonden die het vuur verdienen.

Hij heeft tegen hen gestreden omwille van U, met geduld en overgave, totdat zijn bloed in Uw gehoorzaamheid vergoten werd en zijn heiligdom werd geschonden.
O Allah, vervloek hen met een zware vloek en straf hen met een pijnlijke bestraffing.

Vrede zij met u, o zoon van de Boodschapper van Allah.
Vrede zij met u, o zoon van de meester van de opvolgers.
Ik getuig dat u de vertrouwenspersoon van Allah bent en de zoon van Zijn vertrouwenspersoon.
U heeft een gelukkig leven geleid, een prijzenswaardig einde bereikt, en bent gestorven als een verliesdragende, onderdrukte martelaar.

Ik getuig dat Allah Zijn belofte aan u zal vervullen, dat Hij zal vernietigen wie u in de steek liet, en zal straffen wie u doodde.
Ik getuig dat u de verbintenis met Allah bent nagekomen en in Zijn pad hebt gestreden totdat de zekerheid (de dood) tot u kwam.

Moge Allah vervloeken wie u heeft gedood.
Moge Allah vervloeken wie u onrecht heeft aangedaan.
Moge Allah vervloeken het volk dat hiervan hoorde en er toch mee instemde.

O Allah, ik neem U tot Getuige dat ik de vriend ben van wie hem (Imam al-Ḥusayn) als vriend neemt, en de vijand van wie hem vijandig gezind is.

Moge mijn vader en moeder voor u geofferd zijn, o zoon van de Boodschapper van Allah.
Ik getuig dat u een licht was in verheven lendenen en zuivere schootmoeders; dat de onreinheden van de onwetendheid u niet bezoedelden en dat de donkere kledij ervan u niet omhulde.

Ik getuig dat u behoort tot de steunpilaren van de godsdienst, de fundamenten van de moslims, en de vesting van de gelovigen.
Ik getuig dat u de oprechte, godvrezende, welgevallige, reine, leidende en door Allah geleide imam bent.

Ik getuig dat de imams uit uw nageslacht het woord van godsvrucht zijn, de bakens van leiding, het stevige houvast, en het bewijs voor de mensen van de wereld.
Ik getuig dat ik in u geloof, in uw terugkeer (op de dag van de Wederkomst), en overtuigd ben van de wetten van mijn religie en de uiteindes van mijn daden.

Mijn hart is in vrede met uw hart, mijn zaak volgt uw zaak, en mijn hulp voor u is bereid totdat Allah u toestemming geeft (om op te staan).
Met u ben ik, met u, niet met uw vijanden.

Moge de zegeningen van Allah rusten op u, op uw zielen, op uw lichamen, op uw aanwezigen en afwezigen, op uw openbaren en uw verborgenen.
Āmīn, Heer der werelden.

Klik voor PDF bestand

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven