Klik om de tekstversie te lezen
Onder de bijzondere zorg van Imam Mahdi (aj) en Imam Hoessein (as): ‘Allāmah Wahid Behbahāni’
Baqiyyat Allāh Instituut
augustus 2025
“Imam Mahdi keek mij aan en zei: ‘Niemand denkt aan míj; iedereen denkt alleen aan zichzelf.’”
‘Allāmah Wahid Behbahāni (moge Gods genade met hem zijn) behoorde tot de grote marājiʿ‑e‑taqlīd en heeft het sjiisme onschatbare diensten bewezen. Hij vertelt:
“Toen ik in het heiligdom van Imam Hoessein (as) was, mocht ik de nabijheid van Imam Mahdi (aj) ervaren. De Imam schonk mij een scherper gehoor en zei: ‘Luister.’
Ik luisterde en hoorde hoe de pelgrims weenden en smeekten, maar ieder was alleen met zijn eigen noden bezig: de één bad om kwijtschelding van schulden, een ander om verlichting van armoede, weer iemand anders om een goede echtgenote voor zijn zoon.
Imam Mahdi keek mij aan en sprak: ‘Niemand denkt aan míj; iedereen denkt alleen aan zichzelf.’”
In een tijd dat de Akhbārī‑stroming Karbalā in haar greep had, overwoog deze grote geleerde de stad te verlaten. Diezelfde nacht verscheen Imam Hoessein (as) in zijn droom en zei: “Ik ben er niet mee ingenomen dat je Karbalā verlaat.” Behbahāni bleef, vocht de misvattingen van het Akhbārī‑denken aan en, bemoedigd door een tweede droom, zette hij zijn strijd voort tot Karbalā van deze dwalingen gezuiverd was.
Āyatollāh Wahid Behbahāni wijdde zijn hele leven aan de armen, leefde als één van hen en zei tegen zijn zoon: “De armen putten troost uit onze nabijheid.” Waar hij kon, probeerde hij hun te helpen.
Hij stond bekend als “ustād al‑kull fi’l‑kull” – een leermeester voor iedereen in alle wetenschappen.
Op zeer hoge leeftijd, toen lichamelijke zwakte en afnemende geestkracht hem parten speelden, legde hij zijn religieuze leiderschap neer en volgde hij zelf het gezag van zijn zoon, die – net als zijn vader – ongeëvenaard was.