Een thematische en spirituele verkenning van al-Faqīh al-Darbandī’s indringende weergave van moed, trouw en zelfopoffering in Karbalāʾ.
Klik om de tekstversie te lezen
Heldhaftigheid en ridderlijkheid van Abū l-Faḍl al-ʿAbbās (ʿalayhi al-salām) in Ikseer al-ʿIbādāt fī Asrār al-Shahādāt
Een thematische en spirituele verkenning van al-Faqīh al-Darbandī’s indringende weergave van moed, trouw en zelfopoffering in Karbalāʾ.
Baqiyyat Allāh Instituut
oktober 2025
Inleiding
De vijftiende‑eeuwse jurist en redenaar Ayatollah al-Faqīh Mulla Agha ibn Abid Darbandi Shirwani, beter bekend als Fazel Darbandi, is een kleurrijke figuur in de sjiitische geschiedenis. Hij was een Faqīh (jurisconsult) en verteller met een scherpe tong en een grote dossierkennis. Volgens de biografie op WikiHussain beschouwde Darbandi zichzelf als beter onderlegd dan sommige van de grote geleerden van zijn tijd, zoals ayatollah Mohammad Hasan al‑Najafi en sjeikh Murtadha Ansari. Zijn eigen leermeester, al-Sharīf al-ʿUlamāʾ, zou hebben gezegd dat de rechtzinnige student tijdens de lessen voortdurend interrumpeerde met tientallen tegenwerpingen. Wanneer hij daarmee de orde verstoorde, werd hij soms door zijn medestudenten letterlijk de klas uit gezet — waarop hij, staand bij de deur, nog riep dat zij de woorden van de leraar niet mochten accepteren.
Al-Faqīh al-Darbandi stond bekend om zijn vurige liefde voor Imam al-Husayn (as). Tijdens majālis van rouw viel hij geregeld flauw van het huilen, gooide hij zijn tulband op de grond, bedekte zich met modder en deed aan tatbīr (symbolisch bloed laten). Hij werd gezien als een van de eersten die deze rituele bloedlating openlijk promootte. Zijn intense devotie vormde de drijfveer voor verschillende werken over de tragedie van Karbala. Van zijn hand zijn drie boeken over Imam al-Husayn (as) verschenen: Sarmāye Imān va Javāher Īghān, Sa‘ādat Nāseri en het magistrale Ikseer al‑Ibadat fi Asrar al‑Shahadat.
Volgens Darbandi zelf schreef hij Ikseer al‑Ibadat na een droom waarin zijn vrome schoonvader, Mulla Mohammad Taqi Irwani, hem opdroeg een boek te schrijven over de martelaarschap van Imam al-Husayn (as). Hij zag het werk als zijn levenswerk en verklaarde trots dat de hoeveelheid inspanning die hij erin had gestoken niet onderdeed voor zijn andere boeken. De bekende jurist Mulla Salih Qazvini zou zelfs hebben gezegd dat dit boek “het verdient in goud geschreven te worden”. Ikseer al‑Ibadat is geen eenvoudige verzameling overleveringen; het bevat naast een minutieuze chronologie van de gebeurtenissen ook uitvoerige beschouwingen over hun betekenis. Het werk telt twaalf inleidingen, vierenveertig hoofdstukken en een slot met drie hoofdstukken en werd binnen achttien maanden voltooid in Dhoe ’l‑Qaʿda 1272 AH (1856 n.Chr.).
Ikseer al‑Ibadat werd beroemd in de sjiitische wereld en bepaalde decennialang het beeld van Karbala tijdens rouwdiensten.
In dit artikel wordt met respect voor de historische context de heroïsche rol van Qamar Bani Hashim Abulfadhl al‑Abbas (as) besproken zoals die in Darbandi’s boek wordt neergezet. Hierbij is gebruikgemaakt van moderne kritische edities van de tekst en van secundaire literatuur, en wordt een professionele vertaling in hedendaags Nederlands gegeven.
Heldhaftigheid, trouw en ridderlijkheid van al‑Abbas (as)
Afstamming en waarden
Abulfadhl al‑Abbas (’Abbas ibn Ali), bijgenaamd Qamar Banī Hāshim (“maan van de Hasjemieten”), was de halfbroer van Imam al-Husayn (as). Zijn moeder was Umm al‑Banīn (as), en als zoon van imam Ali (as) erfde hij de moed en ridderlijke geest van zijn vader. In Darbandi’s boek wordt al‑Abbas (as) voorgesteld als de belichaming van chivalerie en onwankelbare loyaliteit. De auteur benadrukt dat hij niet alleen een onverschrokken strijder was maar ook een man van inzicht, zoals Imam as‑Sadiq (as) hem later omschreef. De aangeboden amnestie van de zijde van de Umayyadische legerleider Shimr verwierp hij trots; volgens Darbandi antwoordde hij dat hij nooit een afzonderlijke veiligheidsovereenkomst zou accepteren terwijl zijn imam bedreigd werd. Deze weigering onderstreept zijn opvatting dat ridderlijke trouw belangrijker was dan eigen veiligheid.
De veldslag en zijn eerste wapenfeit
Volgens Ikseer al‑Ibadat begon al‑Abbas de strijd op de dag van Asjoera als vlagdrager van het leger van Imam al-Husayn (as). Darbandi beschrijft hoe hij, gewapend met een zwaard dat zijn vader Imam Ali (as) toebehoorde en gedreven door geloof, de opstelling van de tegenstander verkende. Toen de strijd escaleerde, wierp hij zich met enkele metgezellen op de linies van ’Umar ibn Saʿd. In het relaas staat dat honderden soldaten zich terugtrokken toen zij hem als een leeuw zagen naderen; zijn verschijning zou hun hart met angst hebben vervuld. Darbandi beschrijft dat al‑Abbas telkens pas na een waarschuwing aanviel; hij hield zich aan de ridderlijke gewoonte om de vijand eerlijke kans te geven.
De auteur vermeldt tevens dat de vijand een verdrag wilde sluiten op voorwaarde dat al‑Abbas (as) de vlag neerlegde. Hij weigerde en gebood hen weg te gaan. Hierdoor maakte hij duidelijk dat de vlag van Imam al-Husayn (as) geen moment mocht vallen. Toen een vijandelijke strijder hem kwam beledigen, werd hij in één slag met zijn zwaard geveld. Het boek tekent op hoe de troepen, gefascineerd door zijn beheerstheid en dodelijke kracht, zich niet durfden te bewegen zolang hij in hun buurt was.
De tocht naar de Eufraat
Het beroemdste hoofdstuk van Darbandi over al‑Abbas (as) gaat over zijn tocht naar de rivier de Eufraat om water voor de dorstige vrouwen en kinderen van de karavaan te halen. Omdat de Umayyadische soldaten de rivier afgrendelden, kregen de familieleden van Imam al-Husayn (as) al dagen geen water. Toen de klein kinderen wanhopig riepen om water, kreeg al‑Abbas (as) van zijn broer de toestemming om door te breken. Hij reed op zijn paard en droeg een waterzak en een lans. De auteur beschrijft hoe hij naar voren stormde als een “Haydari” – een zoon van Haydar (Imam Ali) – en de soldaten uiteen joeg. In enkele overleveringen vertelt Darbandi dat al‑Abbas (as) alleen een detachement van vierduizend soldaten aan de oever uiteensloeg en de watertoevoer bereikte.
Bij de rivier boog al‑Abbas (as) zich om het waterzakje te vullen. Hij streelde het koele water, maar toen hij het aan zijn lippen wilde brengen, dacht hij aan de dorst van Imam al-Husayn (as) en riep: “O ziel, na Husayn is er geen waarde meer in het leven; na hem kun je geen genoegen nemen met water. Bij God, ik zal niet drinken zolang mijn meester dorst heeft.” Vervolgens goot hij het water terug in de rivier en vulde het leren waterzakje voor de kinderen. Deze beroemde uitspraak – die Darbandi sterk retorisch vertelt – toont zijn ridderlijke zelfbeheersing.
De terugkeer en zijn ongelijke strijd
Darbandi schildert vervolgens een dramatische scène: wanneer al‑Abbas (as) terugreed met het gevulde waterzakje, kropen de soldaten van Ibn Saʿd als “zwermen sprinkhanen” op hem af. Het vuur van hun pijlen trof hem van alle kanten; zijn lichaam werd zo doorboord dat het leek op een egel. Toch gaf hij niet op. Hij hield de watersak hoog en riep dat hij zijn leven zou geven om het water naar de tenten te brengen. Met alleen zijn zwaard in de rechterhand hakte hij zich een weg door het leger en de mannen vluchtten als schapen voor een hongerige wolf. Volgens Darbandi’s weergave doodde hij in die aanval acht honderd ruiters voordat hij bij de rivier vandaan kwam. Andere overleveringen in zijn boek reduceren dit aantal tot tachtig, maar de auteur legt uit dat het ooggetuigenverslag van Ishaq ibn Haywa spreekt van achthonderd, en hij kiest voor deze versie.
Terwijl hij vocht, hakte een vijandelijke soldaat zijn rechterarm af. Al‑Abbas (as) pakte het zwaard in zijn linkerhand en riep: “Bij God, al hakken ze mijn rechterarm, ik zal mijn religie verdedigen en een rechtvaardige imam beschermen.” Zijn linkerarm werd vervolgens ook afgeslagen; toch beet hij de teugel van zijn paard vast, klemde de watersak tussen zijn tanden en bleef vooruitgaan. Uiteindelijk werden hem een pijl in het oog en een ijzeren knots op zijn hoofd fataal. Toen hij viel, riep hij zijn broer; Imam al-Husayn (as) snelde naar hem toe en vond de watersak doorboord en het water weggevloeid. Volgens het boek kon al‑Abbas (as) – zelfs met afgehakte armen – nog tientallen vijanden verslaan voordat hij bezweek.
Wonderkracht en hemelse verhevenheid
In Ikseer al‑Ibadat voert Darbandi verschillende verhalen op die de buitengewone kracht van al‑Abbas (as) onderstrepen. Zo citeert hij bronnen waarin staat dat de soldaten die door hem werden gedood niet te tellen waren; sommige spreken van vijftig‑ tot vijfentwintigduizend tegenstanders. Een Farsi samenvatting op Wikishia noteert dat Darbandi in een passage het aantal door al‑Abbas gedode soldaten op vijfentwintigduizend stelt (exclusief de gewonden), terwijl andere 25.000 tegenstanders door de rest van de familie van Imam al-Husayn (as) zouden zijn gedood. In weer een ander hoofdstuk verhoogt hij de omvang van het Umayyadische leger tot een miljoen zeshonderdduizend man en schrijft hij dat slechts tachtigduizend van hen levend konden vluchten.
De auteur presenteert al‑Abbas (as) als een strijder met Haydarī‑kracht, een verwijzing naar Imam Ali’s bijnaam Haydar (leeuw). Dit symboliseert bovenmenselijke kracht en strijdlust. Zijn vechtkunst – het breken van linies, het hanteren van het zwaard met verbluffende behendigheid en zijn onbreekbare vastberadenheid – wordt in Darbandi’s proza verheerlijkt. Hij was echter niet alleen een oorlogsmachine; hij hield zich aan ridderlijke codes: hij viel geen onbewapende mensen aan, blies het stof van zijn zwaard na elke slag en keek de tegenstander in het gezicht. Darbandi benadrukt dat al‑Abbas (as) zelfs in zijn laatste momenten weigerde terug te keren naar de tenten omdat hij het water niet had kunnen afleveren; dit getuigt van zijn gevoel van eer en verantwoordelijkheid.
Getuigenissen na de slag
Volgens Darbandi bezochten ooggetuigen later het slagveld en zagen zij dat de grond nog rood was van bloed waar al‑Abbas (as) had gestreden. De auteur citeert een zekere Ishaq ibn Haywa die verklaart dat hij met eigen ogen had gezien hoe de troepen van Ibn Saʿd zich als een zwerm insecten over al‑Abbas (as) stortten en hoe hij hen met één uitval uiteen dreef. Een ander verhaal vertelt hoe een vrouw van de tegenstander later bekende dat zij vanuit de heuvels het gevecht had gezien en dat de manier waarop al‑Abbas (as) de vijandige ridders van hun paarden sloeg haar tot tranen had geroerd. Zulke vertellingen, tonen hoe sterk de figuur van al‑Abbas (as) als symbool van heroïek en loyaliteit in de volksvoorstelling leeft.
Evaluatie van de verhalen
De verhaallijnen in Ikseer al-ʿIbādāt zijn bijzonder meeslepend. De methode van Ayatollah Mullā Āghājan Darbandī als faqīh — waarbij hij overleveringen aanhaalt en die verrijkt met diepzinnige spirituele en intellectuele inzichten — werd later bekritiseerd door sommigen die zelf het niveau van de fuqahāʾ niet hadden bereikt. Hun kritiek kwam voort uit een onvermogen om de hoge maʿārif (gnostische en esoterische waarheden) in zijn werk te begrijpen, en heeft daarom geen enkele wetenschappelijke of theologische waarde. Vele verzen en redevoeringen van de imams die Darbandi citeert, zijn elders bevestigd. Zijn boek heeft bovendien grote invloed gehad op de beeldvorming van al‑Abbas (as) en heeft het lied van zelfopoffering en loyaliteit diep in de harten van miljoenen gegrift. In sommige passages spreekt Darbandī over de noodzaak om leugens te vermijden en klaagt hij over de wijdverbreide verzinsels die in bepaalde majālis de ronde doen . Dit toont aan dat hij zich er terdege van bewust was dat ongeletterde of onvoldoende geschoolde personen zich niet met dergelijke gevoelige onderwerpen zouden moeten bezighouden wanneer zij niet over de vereiste kennis beschikken.
Conclusie
De figuur van Qamani Bani Hashim Abulfadhl al‑Abbas (as) staat in de sjiitische wereld symbool voor onverzettelijke trouw, zelfopoffering en bovenmenselijke moed. In Ikseer al‑Ibadat fi Asrar al‑Shahadat van al- Faqīh al-Darbandi (ra) wordt deze heldhaftige strijder bescreven als een leuuw die duizenden vijanden verslaat en toch volledig toegewijd blijft aan zijn broer en imam. De boekdelen beschrijven in bloemrijke bewoordingen hoe al‑Abbas (as) de vlag verdedigde, de Eufraat bereikte, water haalde zonder het zelf te proeven en ten slotte met afgehakte armen verder vocht. De verhalen uit Darbandī’s Ikseer al-ʿIbādāt kunnen niet los worden gezien van hun devotionele en spirituele context. Ze weerspiegelen de eeuwenoude behoefte van de gelovigen om de martelaren van Karbala als voorbeelden van ultiem ridderlijk gedrag te verheerlijken. De overleveringen over al‑Abbas (as) onderstrepen waarden als loyaliteit, moed en zelfloosheid die nog altijd richting geven aan hedendaagse gelovigen.