Arabisch–Nederlands paralleltekst • al-Ṣaḥīfa al-Sajjādiyya (Duʿāʾ 27) • Smeekbede om bescherming, standvastigheid en overwinning
Klik om de tekstversie te lezen
Duʿāʾ voor de Grensbewakers en Frontlinies (Ahl al-Thughūr)
Arabisch–Nederlands paralleltekst • al-Ṣaḥīfa al-Sajjādiyya (Duʿāʾ 27) • Smeekbede om bescherming, standvastigheid en overwinning
Baqiyyat Allāh Instituut
maart 2026
Inleiding
Deze duʿāʾ—bekend als “Duʿāʾ voor de Grensbewakers en Frontlinies (Ahl al-Thughūr)”—neemt in de Imāmī (Twaalver) canon een bijzondere plaats in. Zij behoort tot al-Ṣaḥīfa al-Sajjādiyya, het gezegende smeekboek dat is overgeleverd van Imām ʿAlī b. al-Ḥusayn Zayn al-ʿĀbidīn (ʿa). Binnen de Imāmī traditie wordt al-Ṣaḥīfa niet gezien als louter vrome proza, maar als een school van ʿaqīda, akhlāq en spirituele opvoeding: zij leert hoe men Allah aanroept met zuiverheid, inzicht, balans en verantwoordelijkheid.
De Imāmī “pilaren” van de geleerde traditie—de grote fuqahāʾ en muḥaddithūn—hebben dit werk daarom steeds met zorg overgeleverd, onderwezen en becommentarieerd, en het gerekend tot de meest verheven bronnen van duʿāʾ na de Qurʾān en de supplicaties die rechtstreeks van de Maʿṣūmīn (ʿa) zijn overgeleverd. In de Imāmī visie is duʿāʾ bovendien geen passieve vorm van vroomheid: het is een daad van ʿubūdiyya (dienaarschap) die het hart richt, de intentie zuivert en de gelovige koppelt aan goddelijke maatstaven in tijden van veiligheid én beproeving.
Wat deze smeekbede bijzonder maakt, is haar brede en tegelijk scherpe horizon. Zij bidt voor de bescherming van de gemeenschap en voor degenen die de grenzen bewaken—niet vanuit tribale drift, maar vanuit het Imāmī principe dat veiligheid, recht en religieuze bescherming voorwaarden zijn voor aanbidding en menselijke waardigheid. De duʿāʾ vraagt Allah om de gelovigen kracht, standvastigheid, discipline, eenheid en voorziening te schenken; én zij vraagt om het breken van agressie, verwarring van vijandige plannen en het wegnemen van middelen tot onderdrukking. Tegelijk legt de tekst sterk de nadruk op het innerlijk: zij smeekt dat de strijders worden bevrijd van wereldse verleiding, dat het hiernamaals voor hun ogen wordt geplaatst, en dat intentie en oprechtheid bewaard blijven—zodat handelen niet vervuilt door angst, vluchtgedrag, ijdelheid of roemzucht.
Daarmee weerspiegelt deze duʿāʾ een kern van de Imāmī canon: kracht zonder godsvrucht is blind, en spiritualiteit zonder verantwoordelijkheidsbesef is onvolledig. De smeekbede vormt dus een evenwichtige leerschool: zij verbindt tawakkul (vertrouwen op Allah) met asbāb (middelen), duʿāʾ met voorbereiding, en jihad met ethische grenzen—waarbij het uiteindelijke doel blijft dat Allah alleen wordt aanbeden en dat onderdrukking geen ruimte krijgt.
In deze uitgave is de tekst geplaatst in een parallelle Arabisch–Nederlandse weergave, zodat de lezer zowel de oorspronkelijke formuleringen kan proeven als de betekenis nauwkeurig kan volgen. Moge deze duʿāʾ ons leren bidden met bewustzijn, ons hart versterken in beproeving, en ons doen streven naar bescherming van recht en religie onder de leiding van de Qurʾān en de Ahl al-Bayt (ʿa).
﴿ وَكَلْبُهُمْ بَاسِطٌ ذِرَاعَيْهِ بِالْوَصِيدِ ﴾
Dienaar van de Poort van Ḥaydara én een stofdeeltje onder de gouden koepel in Najaf
|
اللَّهُمَّ صَلِّ عَلَى مُحَمَّدٍ وَ آلِهِ ، وَ حَصِّنْ ثُغُورَ الْمُسْلِمِينَ بِعِزَّتِكَ ، وَ أَيِّدْ حُمَاتَهَا بِقُوَّتِكَ ، وَ أَسْبِغْ عَطَايَاهُمْ مِنْ جِدَتِكَ . |
O Allah, zegen Mohammed en zijn Familie, en versterk de grensgebieden van de moslims met Uw macht; steun hun beschermers met Uw kracht; en overlaad hen met Uw gaven uit Uw overvloed. |
|
اللَّهُمَّ صَلِّ عَلَى مُحَمَّدٍ وَ آلِهِ ، وَ كَثِّرْ عِدَّتَهُمْ ، وَ اشْحَذْ أَسْلِحَتَهُمْ ، وَ احْرُسْ حَوْزَتَهُمْ ، وَ امْنَعْ حَوْمَتَهُمْ ، وَ أَلِّفْ جَمْعَهُمْ ، وَ دَبِّرْ أَمْرَهُمْ ، وَ وَاتِرْ بَيْنَ مِيَرِهِمْ ، وَ تَوَحَّدْ بِكِفَايَةِ مُؤَنِهِمْ ، وَ اعْضُدْهُمْ بِالنَّصْرِ ، وَ أَعِنْهُمْ بِالصَّبْرِ ، وَ الْطُفْ لَهُمْ فِي الْمَكْرِ . |
O Allah, zegen Mohammed en zijn Familie, vermeerder hun uitrusting en manschappen; slijp hun wapens; waak over hun gemeenschap en hun gebied; weerhoud (de vijand) van het rondwaren om hen heen; breng hun gelederen bijeen; bestuur hun zaken; zorg voortdurend voor hun proviand; neem Zelf de zorg voor hun levensonderhoud op U; steun hen met overwinning; help hen met standvastigheid; en wees voor hen mild in (het afweren van) list en bedrog. |
|
اللَّهُمَّ صَلِّ عَلَى مُحَمَّدٍ وَ آلِهِ ، وَ عَرِّفْهُمْ مَا يَجْهَلُونَ ، وَ عَلِّمْهُمْ مَا لَا يَعْلَمُونَ ، وَ بَصِّرْهُمْ مَا لَا يُبْصِرُونَ . |
O Allah, zegen Mohammed en zijn Familie, maak hun bekend wat zij niet weten; leer hun wat zij niet kennen; en geef hun inzicht in wat zij niet doorzien. |
|
اللَّهُمَّ صَلِّ عَلَى مُحَمَّدٍ وَ آلِهِ ، وَ أَنْسِهِمْ عِنْدَ لِقَائِهِمُ الْعَدُوَّ ذِكْرَ دُنْيَاهُمُ الْخَدَّاعَةِ الْغَرُورِ ، وَ امْحُ عَنْ قُلُوبِهِمْ خَطَرَاتِ الْمَالِ الْفَتُونِ ، وَ اجْعَلِ الْجَنَّةَ نُصْبَ أَعْيُنِهِمْ ، وَ لَوِّحْ مِنْهَا لِأَبْصَارِهِمْ مَا أَعْدَدْتَ فِيهَا مِنْ مَسَاكِنِ الْخُلْدِ وَ مَنَازِلِ الْكَرَامَةِ وَ الْحُورِ الْحِسَانِ وَ الْأَنْهَارِ الْمُطَّرِدَةِ بِأَنْوَاعِ الْأَشْرِبَةِ وَ الْأَشْجَارِ الْمُتَدَلِّيَةِ بِصُنُوفِ الثَّمَرِ حَتَّى لَا يَهُمَّ أَحَدٌ مِنْهُمْ بِالْإِدْبَارِ ، وَ لَا يُحَدِّثَ نَفْسَهُ عَنْ قِرْنِهِ بِفِرَارٍ . |
O Allah, zegen Mohammed en zijn Familie, laat hen bij het treffen van de vijand de misleidende, bedrieglijke wereld vergeten; wis uit hun harten de verleidelijke ingevingen omtrent bezit en rijkdom; stel het Paradijs voor hun ogen; toon aan hun blikken wat U daarin hebt bereid aan eeuwige verblijven, woonplaatsen van eer, schone hemelgezellinnen, en stromende rivieren met allerlei dranken, en neerhangende bomen met verschillende vruchten—opdat niemand van hen eraan denkt zich terug te trekken, en niemand in zichzelf spreekt over het ontvluchten van zijn tegenstander. |
|
اللَّهُمَّ افْلُلْ بِذَلِكَ عَدُوَّهُمْ ، وَ اقْلِمْ عَنْهُمْ أَظْفَارَهُمْ ، وَ فَرِّقْ بَيْنَهُمْ وَ بَيْنَ أَسْلِحَتِهِمْ ، وَ اخْلَعْ وَثَائِقَ أَفْئِدَتِهِمْ ، وَ بَاعِدْ بَيْنَهُمْ وَ بَيْنَ أَزْوِدَتِهِمْ ، وَ حَيِّرْهُمْ فِي سُبُلِهِمْ ، وَ ضَلِّلْهُمْ عَنْ وَجْهِهِمْ ، وَ اقْطَعْ عَنْهُمُ الْمَدَدَ ، وَ انْقُصْ مِنْهُمُ الْعَدَدَ ، وَ امْلَأْ أَفْئِدَتَهُمُ الرُّعْبَ ، وَ اقْبِضْ أَيْدِيَهُمْ عَنِ الْبَسْطِ ، وَ اخْزِمْ أَلْسِنَتَهُمْ عَنِ النُّطْقِ ، وَ شَرِّدْ بِهِمْ مَنْ خَلْفَهُمْ وَ نَكِّلْ بِهِمْ مَنْ وَرَاءَهُمْ ، وَ اقْطَعْ بِخِزْيِهِمْ أَطْمَاعَ مَنْ بَعْدَهُمْ . |
O Allah, verzwak daardoor hun vijand, stomp hun kracht af, knip hun klauwen; scheid hen van hun wapens; ruk de bindingen uit hun harten; verwijder hen van hun proviand; breng hen in verwarring op hun wegen; laat hen verdwalen van hun doel; snijd hun versterkingen af; verminder hun aantal; vul hun harten met angst; houd hun handen terug van aanvallen; snoer hun tongen om te spreken; jaag door hen degenen achter hen uiteen en stel door hen een afschrikwekkend voorbeeld voor wie achter hen komt; en snijd door hun schande de hoop af van wie na hen komt. |
|
اللَّهُمَّ عَقِّمْ أَرْحَامَ نِسَائِهِمْ ، وَ يَبِّسْ أَصْلَابَ رِجَالِهِمْ ، وَ اقْطَعْ نَسْلَ دَوَابِّهِمْ وَ أَنْعَامِهِمْ ، لَا تَأْذَنْ لِسَمَائِهِمْ فِي قَطْرٍ ، وَ لَا لِأَرْضِهِمْ فِي نَبَاتٍ . |
O Allah, maak de schoten van hun vrouwen onvruchtbaar; droog de lendenen van hun mannen uit; snijd het nageslacht van hun rijdieren en hun vee af; sta hun hemel geen druppel regen toe, en hun aarde geen groei van gewas. |
|
اللَّهُمَّ وَ قَوِّ بِذَلِكَ مِحَالَ أَهْلِ الْإِسْلَامِ ، وَ حَصِّنْ بِهِ دِيَارَهُمْ ، وَ ثَمِّرْ بِهِ أَمْوَالَهُمْ ، وَ فَرِّغْهُمْ عَنْ مُحَارَبَتِهِمْ لِعِبَادَتِكَ ، وَ عَنْ مُنَابَذَتِهِمْ لِلْخَلْوَةِ بِكَ ، حَتَّى لَا يُعْبَدَ فِي بِقَاعِ الْأَرْضِ غَيْرُكَ ، وَ لَا تُعَفَّرَ لِأَحَدٍ مِنْهُمْ جَبْهَةٌ دُونَكَ . |
O Allah, versterk daardoor de standvastige kracht van de mensen van de islam; beveilig daardoor hun woonplaatsen; laat daardoor hun bezittingen vrucht dragen; en maak hen vrij van oorlog tegen hen, zodat zij U kunnen dienen; en vrij van het met hen in vijandschap verkeren, zodat zij zich in afzondering met U kunnen wijden—totdat op de aarde niemand behalve U wordt aanbeden, en voor niemand anders dan U een voorhoofd wordt neergelegd. |
|
اللَّهُمَّ اغْزُ بِكُلِّ نَاحِيَةٍ مِنَ الْمُسْلِمِينَ عَلَى مَنْ بِإِزَائِهِمْ مِنَ الْمُشْرِكِينَ ، وَ أَمْدِدْهُمْ بِمَلَائِكَةٍ مِنْ عِنْدِكَ مُرْدِفِينَ ، حَتَّى يَكْشِفُوهُمْ إِلَى مُنْقَطَعِ التُّرَابِ قَتْلًا فِي أَرْضِكَ وَ أَسْراً ، أَوْ يُقِرُّوا بِأَنَّكَ أَنْتَ اللَّهُ الَّذِي لَا إِلَهَ إِلَّا أَنْتَ وَحْدَكَ لَا شَرِيكَ لَكَ . |
O Allah, laat de moslims vanuit elke streek aanvallen tegen degenen van de afgodendienaren die hen nabij zijn; en steun hen met engelen van Uw zijde, in aaneengesloten rijen, totdat zij hen tot aan het uiterste van de aarde verdrijven—door doding op Uw aarde en door gevangenneming—of totdat zij erkennen dat U Allah bent: er is geen god dan U alleen, zonder deelgenoot. |
|
اللَّهُمَّ وَ اعْمُمْ بِذَلِكَ أَعْدَاءَكَ فِي أَقْطَارِ الْبِلَادِ مِنَ الْهِنْدِ وَ الرُّومِ وَ التُّرْكِ وَ الْخَزَرِ وَ الْحَبَشِ وَ النُّوبَةِ وَ الزَّنْجِ وَ السَّقَالِبَةِ وَ الدَّيَالِمَةِ وَ سَائِرِ أُمَمِ الشِّرْكِ ، الَّذِينَ تَخْفَى أَسْمَاؤُهُمْ وَ صِفَاتُهُمْ ، وَ قَدْ أَحْصَيْتَهُمْ بِمَعْرِفَتِكَ ، وَ أَشْرَفْتَ عَلَيْهِمْ بِقُدْرَتِكَ . |
O Allah, laat dit ook neerkomen op Uw vijanden in alle windstreken van de landen: van India, de Byzantijnen, de Turken, de Chazaren, de Abessijnen, de Nubiërs, de Zanj, de Slaven, de Deylamieten en alle overige volkeren van afgoderij—van wie de namen en kenmerken verborgen zijn—terwijl U hen door Uw kennis hebt geteld en hen met Uw macht overziet. |
|
اللَّهُمَّ اشْغَلِ الْمُشْرِكِينَ بِالْمُشْرِكِينَ عَنْ تَنَاوُلِ أَطْرَافِ الْمُسْلِمِينَ ، وَ خُذْهُمْ بِالنَّقْصِ عَنْ تَنَقُّصِهِمْ ، وَ ثَبِّطْهُمْ بِالْفُرْقَةِ عَنِ الِاحْتِشَادِ عَلَيْهِمْ . |
O Allah, laat de afgodendienaren door afgodendienaren beziggehouden worden, zodat zij niet de randen van de moslims kunnen bereiken; pak hen met vermindering, omdat zij (de moslims) willen verminderen; en verlam hen door verdeeldheid, zodat zij zich niet kunnen verzamelen tegen hen. |
|
اللَّهُمَّ أَخْلِ قُلُوبَهُمْ مِنَ الْأَمَنَةِ ، وَ أَبْدَانَهُمْ مِنَ الْقُوَّةِ ، وَ أَذْهِلْ قُلُوبَهُمْ عَنِ الِاحْتِيَالِ ، وَ أَوْهِنْ أَرْكَانَهُمْ عَنْ مُنَازَلَةِ الرِّجَالِ ، وَ جَبِّنْهُمْ عَنْ مُقَارَعَةِ الْأَبْطَالِ ، وَ ابْعَثْ عَلَيْهِمْ جُنْداً مِنْ مَلَائِكَتِكَ بِبَأْسٍ مِنْ بَأْسِكَ كَفِعْلِكَ يَوْمَ بَدْرٍ ، تَقْطَعُ بِهِ دَابِرَهُمْ وَ تَحْصُدُ بِهِ شَوْكَتَهُمْ ، وَ تُفَرِّقُ بِهِ عَدَدَهُمْ . |
O Allah, beroof hun harten van veiligheid en hun lichamen van kracht; verdoof hun harten voor list en strategie; verzwak hun pijlers in het aangaan van de strijd met mannen; maak hen laf in de confrontatie met helden; en zend tegen hen een leger van Uw engelen met een kracht uit Uw kracht, zoals Uw handelen op de dag van Badr—waardoor U hun wortel uitroeit, hun macht neermaait en hun aantallen uiteendrijft. |
|
اللَّهُمَّ وَ امْزُجْ مِيَاهَهُمْ بِالْوَبَاءِ ، وَ أَطْعِمَتَهُمْ بِالْأَدْوَاءِ ، وَ ارْمِ بِلَادَهُمْ بِالْخُسُوفِ ، وَ أَلِحَّ عَلَيْهَا بِالْقُذُوفِ ، وَ افْرَعْهَا بِالْمُحُولِ ، وَ اجْعَلْ مِيَرَهُمْ فِي أَحَصِّ أَرْضِكَ وَ أَبْعَدِهَا عَنْهُمْ ، وَ امْنَعْ حُصُونَهَا مِنْهُمْ ، أَصِبْهُمْ بِالْجُوعِ الْمُقِيمِ وَ السُّقْمِ الْأَلِيمِ . |
O Allah, vermeng hun wateren met epidemie; maak hun voedsel tot ziekten; tref hun landen met verzakkingen; laat er herhaaldelijk projectielen (rampen) op neerkomen; verwoest ze door droogte; leg hun proviand in de meest barre streken van Uw aarde en het verst van hen vandaan; ontzeg hun vestingen aan hen; en tref hen met aanhoudende honger en pijnlijke ziekte. |
|
اللَّهُمَّ وَ أَيُّمَا غَازٍ غَزَاهُمْ مِنْ أَهْلِ مِلَّتِكَ ، أَوْ مُجَاهِدٍ جَاهَدَهُمْ مِنْ أَتْبَاعِ سُنَّتِكَ لِيَكُونَ دِينُكَ الْأَعْلَى وَ حِزْبُكَ الْأَقْوَى وَ حَظُّكَ الْأَوْفَى فَلَقِّهِ الْيُسْرَ ، وَ هَيِّئْ لَهُ الْأَمْرَ ، وَ تَوَلَّهُ بِالنُّجْحِ ، وَ تَخَيَّرْ لَهُ الْأَصْحَابَ ، وَ اسْتَقْوِ لَهُ الظَّهْرَ ، وَ أَسْبِغْ عَلَيْهِ فِي النَّفَقَةِ ، وَ مَتِّعْهُ بِالنَّشَاطِ ، وَ أَطْفِ عَنْهُ حَرَارَةَ الشَّوْقِ ، وَ أَجِرْهُ مِنْ غَمِّ الْوَحْشَةِ ، وَ أَنْسِهِ ذِكْرَ الْأَهْلِ وَ الْوَلَدِ . وَ أْثُرْ لَهُ حُسْنَ النِّيَّةِ ، وَ تَوَلَّهُ بِالْعَافِيَةِ ، وَ أَصْحِبْهُ السَّلَامَةَ ، وَ أَعْفِهِ مِنَ الْجُبْنِ ، وَ أَلْهِمْهُ الْجُرْأَةَ ، وَ ارْزُقْهُ الشِّدَّةَ ، وَ أَيِّدْهُ بِالنُّصْرَةِ ، وَ عَلِّمْهُ السِّيَرَ وَ السُّنَنَ ، وَ سَدِّدْهُ فِي الْحُكْمِ ، وَ اعْزِلْ عَنْهُ الرِّيَاءَ ، وَ خَلِّصْهُ مِنَ السُّمْعَةِ ، وَ اجْعَلْ فِكْرَهُ وَ ذِكْرَهُ وَ ظَعْنَهُ وَ إِقَامَتَهُ ، فِيكَ وَ لَكَ . فَإِذَا صَافَّ عَدُوَّكَ وَ عَدُوَّهُ فَقَلِّلْهُمْ فِي عَيْنِهِ ، وَ صَغِّرْ شَأْنَهُمْ فِي قَلْبِهِ ، وَ أَدِلْ لَهُ مِنْهُمْ ، وَ لَا تُدِلْهُمْ مِنْهُ ، فَإِنْ خَتَمْتَ لَهُ بِالسَّعَادَةِ ، وَ قَضَيْتَ لَهُ بِالشَّهَادَةِ فَبَعْدَ أَنْ يَجْتَاحَ عَدُوَّكَ بِالْقَتْلِ ، وَ بَعْدَ أَنْ يَجْهَدَ بِهِمُ الْأَسْرُ ، وَ بَعْدَ أَنْ تَأْمَنَ أَطْرَافُ الْمُسْلِمِينَ ، وَ بَعْدَ أَنْ يُوَلِّيَ عَدُوُّكَ مُدْبِرِينَ . |
O Allah, en welke strijder ook uit de mensen van Uw gemeenschap tegen hen optrekt, of welke strijder ook uit de volgelingen van Uw weg hen bestrijdt—opdat Uw religie het hoogste zij, Uw partij de sterkste, en Uw aandeel het meest volmaakt—laat hem dan de gemakkelijkheid ontmoeten; bereid voor hem de zaak; neem hem op U met welslagen; kies voor hem de metgezellen; geef hem een sterke rug (steun); overlaad hem in de uitgaven; schenk hem energie; doof bij hem de hitte van het verlangen; bescherm hem tegen de droefheid van eenzaamheid; laat hem de herinnering aan gezin en kinderen vergeten; schenk hem voortreffelijke intentie; omhul hem met welzijn; begeleid hem met veiligheid; ontsla hem van lafheid; inspireer hem met moed; schenk hem hardheid en standvastigheid; steun hem met hulp; leer hem de gedragslijnen en gebruiken; maak hem juist in zijn oordeel; verwijder van hem huichelarij; zuiver hem van eerzucht en reputatiezucht; en maak zijn denken, zijn gedenken, zijn reis en zijn verblijf—omwille van U en voor U. |
|
اللَّهُمَّ وَ أَيُّمَا مُسْلِمٍ خَلَفَ غَازِيًا أَوْ مُرَابِطًا فِي دَارِهِ ، أَوْ تَعَهَّدَ خَالِفِيهِ فِي غَيْبَتِهِ ، أَوْ أَعَانَهُ بِطَائِفَةٍ مِنْ مَالِهِ ، أَوْ أَمَدَّهُ بِعِتَادٍ ، أَوْ شَحَذَهُ عَلَى جِهَادٍ ، أَوْ أَتْبَعَهُ فِي وَجْهِهِ دَعْوَةً ، أَوْ رَعَى لَهُ مِنْ وَرَائِهِ حُرْمَةً ، فَآجِرْ لَهُ مِثْلَ أَجْرِهِ وَزْنًا بِوَزْنٍ وَ مِثْلًا بِمِثْلٍ ، وَ عَوِّضْهُ مِنْ فِعْلِهِ عِوَضًا حَاضِرًا يَتَعَجَّلُ بِهِ نَفْعَ مَا قَدَّمَ وَ سُرُورَ مَا أَتَى بِهِ ، إِلَى أَنْ يَنْتَهِيَ بِهِ الْوَقْتُ إِلَى مَا أَجْرَيْتَ لَهُ مِنْ فَضْلِكَ ، وَ أَعْدَدْتَ لَهُ مِنْ كَرَامَتِكَ . |
O Allah, en welke moslim ook een strijder of grensbewaker in zijn huis achterlaat (door voor zijn gezin te zorgen), of diens achterblijvers in zijn afwezigheid verzorgt, of hem helpt met een deel van zijn vermogen, of hem voorziet van uitrusting, of hem aanspoort tot strijd, of hem op weg volgt met een smeekbede, of achter hem zijn eer en heiligheid bewaakt—geef hem dan een beloning gelijk aan diens beloning, gewicht voor gewicht en gelijk voor gelijk; en vergoed hem voor zijn daad met een directe vergoeding, waardoor hij snel het nut van wat hij vooruitzond en de vreugde van wat hij verrichtte ontvangt—totdat de tijd hem brengt tot wat U hem uit Uw gunst hebt laten toekomen en wat U voor hem uit Uw eer hebt bereid. |
|
اللَّهُمَّ وَ أَيُّمَا مُسْلِمٍ أَهَمَّهُ أَمْرُ الْإِسْلَامِ ، وَ أَحْزَنَهُ تَحَزُّبُ أَهْلِ الشِّرْكِ عَلَيْهِمْ فَنَوَى غَزْوًا ، أَوْ هَمَّ بِجِهَادٍ فَقَعَدَ بِهِ ضَعْفٌ ، أَوْ أَبْطَأَتْ بِهِ فَاقَةٌ ، أَوْ أَخَّرَهُ عَنْهُ حَادِثٌ ، أَوْ عَرَضَ لَهُ دُونَ إِرَادَتِهِ مَانِعٌ فَاكْتُبِ اسْمَهُ فِي الْعَابِدِينَ ، وَ أَوْجِبْ لَهُ ثَوَابَ الْمُجَاهِدِينَ ، وَ اجْعَلْهُ فِي نِظَامِ الشُّهَدَاءِ وَ الصَّالِحِينَ . |
O Allah, en welke moslim ook bezorgd is om de zaak van de islam en bedroefd wordt door het samenroepen van de mensen van afgoderij tegen hen, en daarom een veldtocht beoogt—of tot strijd wil overgaan maar door zwakte wordt tegengehouden, of door armoede wordt vertraagd, of door een gebeurtenis wordt opgehouden, of door een belemmering buiten zijn wil wordt verhinderd—schrijf zijn naam dan onder de aanbidders; maak voor hem de beloning van de strijders verplicht; en plaats hem in de rangorde van de martelaren en de rechtschapenen. |
|
اللَّهُمَّ صَلِّ عَلَى مُحَمَّدٍ عَبْدِكَ وَ رَسُولِكَ وَ آلِ مُحَمَّدٍ ، صَلَاةً عَالِيَةً عَلَى الصَّلَوَاتِ ، مُشْرِفَةً فَوْقَ التَّحِيَّاتِ ، صَلَاةً لَا يَنْتَهِي أَمَدُهَا ، وَ لَا يَنْقَطِعُ عَدَدُهَا كَأَتَمِّ مَا مَضَى مِنْ صَلَوَاتِكَ عَلَى أَحَدٍ مِنْ أَوْلِيَائِكَ ، إِنَّكَ الْمَنَّانُ الْحَمِيدُ الْمُبْدِئُ الْمُعِيدُ الْفَعَّالُ لِمَا تُرِيدُ . |
O Allah, zegen Mohammed, Uw dienaar en Uw Boodschapper, en de Familie van Mohammed met een zegen die boven alle zegeningen uit stijgt en verheven is boven alle begroetingen; een zegen waarvan het einde niet bereikt wordt en waarvan het aantal niet ophoudt—zoals het meest volmaakte van Uw zegeningen die reeds voorbijgingen over een van Uw vrienden. Voorwaar, U bent de Vrijgevige Schenker, de Geprezene; de Beginner en de Terugbrenger; de Doener van wat U wilt. |